Paragraaf "Commentaar" uit Het plezier van de tekst

PvdT

Hoe plezier krijgen in een verteld plezier (verveling bij verhalen over dromen, over feestjes)? Hoe kritiek te lezen? Er is maar één manier: aangezien ik hier een lezer in de tweede graad ben, moet ik mijn positie verschuiven: in plaats van vertrouweling van dit kritische plezier te zijn - de beste manier om het mis te lopen - kan ik me tot de voyeur ervan maken: ik gluur stiekem naar het plezier van de ander, ik treed binnen de perversie; het commentaar wordt in mijn ogen een tekst, een fictie, een gebarsten omhulsel. Perversiteit van de schrijver (zijn schrijfplezier heeft geen functie), tweevoudige en drievoudige perversiteit van de criticus en zijn lezer, tot in het oneindige.

 

Een tekst over het plezier kan alleen maar kort zijn (zoals men zegt: is dat alles? het is een beetje kort), want, aangezien het plezier zich slechts langs de omweg van een eis laat zeggen (ik heb recht op plezier), zit men vast in een beknopte dialectiek met twee momenten: het moment van de doxa, van de publieke opinie en dat van de paradoxa, van de onenigheid. Een derde term, anders dan het plezier en zijn censuur, ontbreekt. Die term is naar later verschoven, en zolang men zich vastklampt aan het woord 'plezier' zelf, zal iedere tekst over het plezier nooit anders dan opschortend zijn; hij zal een inleiding zijn in wat nooit geschreven zal worden. Ongeveer zoals die produkties van hedendaagse kunst waarvan de noodzaak is uitgeput zodra men ze heeft gezien (want ze zien betekent onmiddellijk begrijpen met welk vernietigend doel ze tentoongesteld zijn: er steekt in hen geen enkele contemplatieve of verlustigende duur meer), zou een dergelijke inleiding zich slechts kunnen herhalen - zonder ooit iets te introduceren.


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004