Paragraaf "Genootschap" uit Het plezier van de tekst

PvdT

Genootschap van de Vrienden van de Tekst: de leden ervan zouden (aangezien er niet per se overeenstemming bestaat over de teksten van plezier) niets gemeen hebben behalve hun vijanden: zeurpieten in allerlei soorten en maten die de verwerping van de tekst en zijn plezier verordenen, hetzij op grond van cultureel conformisme, van onverzoenlijk rationalisme (dat een 'mystiek' van de literatuur vermoedt), politiek moralisme, kritiek op de betekenaar, imbeciel pragmatisme, grappige onnozelheid, hetzij door vernietiging van de rede, door verlies van het verbale verlangen. Een dergelijk genootschap zou geen plaats hebben, zou zich alleen in een volle atopie kunnen bewegen; het zou evenwel een soort phalanstère zijn, want de tegenspraken zouden er erkend zijn (en dus de gevaren van ideologisch bedrog beperkt), de differentie zou er in acht genomen worden en het conflict door onbetekenendheid getroffen (omdat het niet in staat is plezier te maken).

 

'Dat de differentie onmerkbaar de plaats van het conflict inneme.' De differentie dekt het conflict niet toe noch verbloemt ze het: ze wordt op het conflict veroverd, ze ligt voorbij en terzijde van het conflict. Het conflict zou niets anders zijn dan de morele staat van de differentie; iedere keer (en dat gebeurt steeds vaker) dat het geen tactiek is (met het oog op de verandering van een reële situatie) kan men er een gebrek aan genot in opmerken, de nederlaag van een perversie die onder haar eigen code vervlakt en die zichzelf niet meer weet uit te vinden: het conflict is altijd gecodeerd, de agressie is niets anders dan de meest afgezaagde van alle talen. Met het afwijzen van het geweld wijs ik de code af (in de tekst van Sade, die buiten iedere code staat omdat hij onafgebroken zijn eigen, alleen zijn eigen code uitvindt, bestaan geen conflicten: niets dan triomfen). Ik houd van de tekst omdat hij voor mij die zeldzame taalruimte is waarin iedere 'scène' (in de huiselijke, echtelijke betekenis van het woord), iedere woordenkraam afwezig is. De tekst is nooit een 'dialoog': geen enkel gevaar voor veinzerij, agressie, chantage, geen enkele wedijver tussen idiolecten; hij sticht in de schoot van de - gangbare - menselijke relatie een soort eilandje, brengt de asociale aard van het plezier tot uiting (alleen de vrije tijd is sociaal), laat de aanstootgevende waarheid van het genot doorschemeren: dat het, als al het imaginaire van het taalgebruik is afgeschaft, wel eens neutraal zou kunnen zijn.


Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004