Paragraaf "Inkapseling" uit Het plezier van de tekst

PvdT

De kunst lijkt historisch, maatschappelijk gecompromitteerd. Vandaar de poging van de kunstenaar zelf haar te vernietigen.

Ik zie bij deze poging drie vormen. De kunstenaar kan naar een andere betekenaar overgaan: als hij schrijver is, cineast, schilder worden, of omgekeerd, als hij schilder, cineast is, eindeloze kritische uiteenzettingen over de film, de schilderkunst ontvouwen, met opzet de kunst tot haar kritiek reduceren. Hij kan ook de brui aan het schrijven geven, zich aan de schrijverij overgeven, geleerde, intellectuele theoreticus worden, nog slechts spreken vanaf een morele plaats, die van iedere zinnelijkheid van de taal gezuiverd is. Hij kan zich tenslotte simpel en eenvoudig te gronde richten, met schrijven ophouden, van beroep, van verlangen veranderen.

Het ongeluk wil dat deze vernietiging altijd inadequaat is; ofwel ze voltrekt zich buiten de kunst, wordt dan echter misplaatst, ofwel ze stemt ermee in binnen de kunstpraktijk te blijven, maar leent zich dan heel snel voor inkapseling (de avant-garde, dat is die weerspannige taal die ingekapseld zal worden). Het onbehaaglijke van dit alternatief ontstaat doordat de vernietiging van de rede geen dialectische, maar een semantische term is: zij voegt zich gedwee in de grote semiologische mythe van het 'versus' (wit versus zwart); bijgevolg is de vernietiging van de kunst veroordeeld tot uitsluitend paradoxale vormen (die welke letterlijk tegen de doxa ingaan): de beide zijden van het paradigma kleven uiteindelijk als medeplichtigen aan elkaar: er bestaat een structurele overeenstemming tussen de twistende vormen en de betwiste vormen.

(Omgekeerd versta ik onder subtiele subversie die welke niet rechtstreeks op vernietiging uit is, die het paradigma ontwijkt en een andere term zoekt: een derde term, die evenwel geen term van synthese is, maar een excentrische, ongehoorde term. Een voorbeeld? Misschien Bataille, die de idealistische term door een onverwacht materialisme uit het veld slaat, waarin de ondeugd, de devotie, het spel, de onmogelijke erotiek, enzovoort plaats hebben; zo stelt Bataille tegenover de kuisheid niet de sexuele vrijheid, maar ... de lach.)


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004