Paragraaf "Alledaags" uit Het plezier van de tekst

PvdT

Waarom is het plezierig (voor sommigen, onder wie ikzelf) om in historische werken, romans, biografieën, het 'alledaagse leven' van een tijdperk, van een persoon voorgesteld te zien? Waarom die nieuwsgierigheid naar nietige details: roosters, gewoonten, maaltijden, huisvesting, kleding, enzovoort? Is het de fantasmatische voorliefde voor de 'realiteit' (de materialiteit van het 'zo was het')? En is het niet het fantasma zelf dat het 'detail' oproept, de minuscule, privé scène, waarin ik gemakkelijk plaats kan nemen? Zouden er kortom 'kleine hysterici' (die lezers namelijk) bestaan die genot ontlenen aan een bijzonder theater: niet dat van de grootheid, maar dat van de middelmatigheid (kunnen er geen dromen, fantasmata van middelmatigheid bestaan?).

Men kan zich onmogelijk een meer banale, nietszeggende mededeling indenken dan 'wat voor weer het is' (was); en toch, toen ik onlangs Amiel las, probeerde te lezen, ergernis over de brave uitgever (iemand die het plezier verwerpt), die heeft gemeend er goed aan te doen in dit dagboek de dagelijkse details te schrappen, wat voor weer het was aan de oevers van het meer van Genève, en slechts zouteloze morele beschouwingen te laten staan: toch zou het juist het weer geweest zijn dat niet verouderd zou zijn, en niet de filosofie van Amiel.


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004