Paragraaf "Ruil" uit Het plezier van de tekst

PvdT

Waarom al die verbale pracht in een tekst? maakt de luxe van de taal deel uit van de overtollige rijkdommen, van de nutteloze besteding, van het onvoorwaardelijke verlies? Behoort een groot werk van plezier (dat van Proust bijvoorbeeld) tot dezelfde economie als de piramiden van Egypte? Is de schrijver tegenwoordig het resterend substituut van de Bedelaar, Monnik, Bonze: onproduktief en toch gevoed? Wordt de literaire gemeenschap, ongeacht haar alibi, niet net als de boeddhistische Sangha onderhouden door de op winst beluste maatschappij, niet om wat de schrijver produceert (hij produceert niets) maar om wat hij verbrandt? Overtollig maar geenszins nutteloos?

De moderniteit streeft er onophoudelijk naar om buiten de ruil te treden: ze wil weerstand bieden aan de markt van de kunstwerken (door zich buiten de massacommunicatie te sluiten), aan het teken (door de vrijstelling van de betekenis, door de waanzin), aan de brave seksualiteit (door de perversie, die het genot aan het doel van de voortplanting onttrekt). En toch loopt het op niets uit: de ruil kapselt alles in door wat hem lijkt te negeren in te burgeren: hij maakt zich meester van de tekst en plaatst hem in de kringloop van de nutteloze maar legale bestedingen: zo is hij opnieuw in een collectieve economie geplaatst (al was deze slechts psychologisch): het is juist de nutteloosheid van de tekst die nuttig is, als potlatch. Anders gezegd, de maatschappij leeft gespleten: hier een sublieme, onbaatzuchtige tekst, dr een handelswaar met als waarde... de kosteloosheid van die waar. Maar van deze splijting heeft de maatschappij geen enkel idee: ze ken haar eigen perversie niet: 'De beide twistende partijen krijgen elk hun deel: de drift mag haar bevrediging behouden, de realiteit wordt het respect betuigd dat men haar verschuldigd is. Maar', voegt Freud eraan toe, 'voor niets is, zoals bekend, alleen de dood.' Voor de tekst zou niets voor niets zijn behalve de eigen vernietiging: niet, niet meer schrijven, of altijd ingekapseld worden.


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004