homepage > Friedrich Nietzsche > primair > beschrijvingen

Friedrich Nietzsche



Ga verder naar:


Zie ook:

Friedrich Nietzsche

Overzicht van alle boekbeschrijvingen van de primaire werken:

Nagelaten fragmenten deel 7

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1887-1889 (KSA 13) 1980
Vertaling: Michel van Nieuwstadt, 2002
Uitgever: SUN, ISBN: 90-6168-597-4

Flaptekst

Veel van de fragmenten in dit laatste deel van de schriftelijke nalatenschap van Netzsche zijn nooit eerder gepubliceerd. Bovendien bevat het een groot deel van de gedachten die wij slechts kenden uit de postume uitgaven van De wil tot macht door onder anderen zijn zus. Deze gedachten zijn voor het eerst onverminkt en in de volgorde waarin Nietzsche ze neerschreef gepubliceerd in de Kritische Gesamtausgabe door Giorgio Colli en Mazzino Montinari. Zo wordt het mogelijke de voorlaatste fase van Nietzsches denken, die van de frontale aanval op de problemen van de metafysica, in een niet-vertekend perspectief te zien.

 

Nagelaten fragmenten deel 6

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1885-1887 (KSA 12) 1980
Vertaling: Mark Wildschut, 2002
Uitgever: SUN, ISBN: 90-6168-596-6

Flaptekst

Nietzsches schriftelijke nalatenschap in dit zesde deel omvat de periode van de herfst van 1885 tot de herfst van 1887, een tamelijk prodcutieve periode waarin hij Voorbij goed en kwaad en Genealogie van de moraal publiceerde en nieuwe voorwoorden schreef bij de heruitgave van enkele oudere werken van hem.

Ook begon Nietzsche in deze tijd te werken aan het geplande, maar nooit gerealiseerde groete werk De wil tot macht. Verschillende schema's en schetsen worden hier voor het eerst gepubliceerd (zoals die van zomer 1886), en veel materiaal dat voor dit project was bestemd werd later, na de dood van Nietzsche, door zijn zus omgesmolten tot de onechte 'Wil tot macht'. Dit materiaal wordt gepresenteerd zoals Nietzsche heeft neergeschreven.

 

Nagelaten fragmenten deel 3

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1880-1882 (KSA 9) 1980
Vertaling: Mark Wildschut, 2005
Uitgever: SUN, ISBN: 90-5875-066-3

Flaptekst

Begin 1880 bevindt Nietzsche zich op een dieptepunt, wellicht het diepste punt van zijn leven en lichamelijk lijden. Hij is alles kwijt wat zijn leven houvast en structuur had gegeven: zijn professoraat, zijn vriendschap met Wagner, zijn filosofische houvast in Schopenhauer, tot op zekere hoogte zelfs het geloof in zichzelf.

De periode van 1880 tot 1882, die dit deel 3 van de Nagelaten fragmenten beslaat, betekent voor Nietzsche de grote omslag. Na de zomer van 1880 begint de weg omhoog, geleidelijk verbetert Nietzsches gezondheidstoestand, hij werkt aan het boek met de treffende titel Morgenrood: hij heeft de nacht verduurd opdat die hem een nieuwe morgen zou schenken.

Het is fascinerend om Nietzsche op zijn weg omhoog te volgen. Eerst cirkelen de gedachten nog vooral rond de moraalkritiek. Geleidelijk verdichten de fragmenten zich en krijgen ze een hooggestemder toon, tot de befaamde inspiratie bij Surlej-Felsen - 6000 voet boven de zeespiegel en veel hoger boven alle menselijke aangelegenheden- toen de gedachte van de eeuwige wederkeer van het gelijke hem overviel.

Daaruit zal in een enorme creatieve uitbarsting eerst Nietzsches misschien wel mooiste en meest opgewekte boek voortkomen, De vrolijke wetenschap, en dan Zarathoestra.

 

Nagelaten fragmenten deel 1

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1869-1874 (KSA 7) 1980
Vertaling: Michel van Nieuwstadt, 2003
Uitgever: SUN, ISBN: 90-5875-036-1

Flaptekst

Nietzsche komt op 19 april 1869 in Bazel aan om er als 24-jarige hoogleraar in de klassieke filologie colleges te geven. Zijn eerste aantekeningen uit de herfst van dat jaar gaan veelbetekenend genoeg over ontstaan en aard van de opera in relatie tot de Griekse tragedie en ze vormen de opening van Nietzsches Nagelaten fragmenten 1869 - 1874.

Daarmee hebben we een rode draad uit het veelkleurige stramien in handen dat hier wordt uitgetekend. Voeg eraan toe dat een jaar eerder, oktober 1868, Nietzsche voor het eerst Richard Wagner had ontmoet en dat hij op 21 januari 1869 diep onder de indruk raakte van Wagners Meistersinger, en die rode draad krijgt vele vertakkingen. Nietzsches bespiegelingen over de verhouding tussen taal, muziek en drama spitsten zich aan de hand van 'Wagners opera's toe op de vraag naar de mogelijkheid van een wedergeboorte van de Griekse tragedie in de Duitse taal en muziek. De mogelijkheid van die wedergeboorte is 'als in steen' vastgelegd, zoals Nietzsche het noemde, in De geboorte van de tragedie. Dat boek verschijnt in januari 1872 en opent met een 'voorwoord aan Richard Wagner'. De nagelaten fragementen bevatten een veel uitvoeriger versie van dat voorwoord en tal van verhelderende inzichten over de manier waarop Nietzsche het antieke Griekenland in het moderne Duitsland gespiegeld ziet.

Het behoort tot de bijzondere conjunctuur van deze fase van Nietzsches denken (waarin ook vier Oneigentijdse beschouwingen ontstaan) dat hij de Duitse cultuur, zo ze al bestaat, verlamd ziet door een teveel aan positivistische wetenschap en vastgelopen Verlichting en een tekort aan mythe. De huidige mens, die het zonder mythen moet stellen, is een ontwortelde: hij zoekt een foutief houvast in bezit, techniek en wetenschap en in de oneigenlijke troost die - zoals de tweede Oneigentijdse het zo dwingend laat zien - geschiedenis en geschiedwetenschap bieden.

 

Nagelaten fragmenten deel 2

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1875-1879 (KSA 8) 1980
Vertaling: Mark Wildschut, 2003
Uitgever: SUN, ISBN: 90-5875-036-1

Flaptekst

Het ambivalente, maar resolute afscheid van Wagner, aan wie Nietzsche de vierde Oneigentijdse beschouwing (1876) wijdt; de onhoudbaar geworden positie als hoogleraar klassieke talen in Bazel en de verandering van schrijfstijl, dat zijn de gebeurtenissen waaromheen zich de aantekeningen in dit tweede deel van Nietzsches Nagelaten fragmenten bewegen.
In de tweede helft van de jaren zeventig krijgt Nietzsche steeds meer aandacht voor de Verlichting, tot uiting komend in een zichtbaar aanleunen tegen de vorm van grote Franse schrijvers als Vauvenargues, Chamfort en La Rochefoucauld. Met hun schrijfwijze en die van Thucydides voor ogen 'slijpt' Nietzsche zijn grote stijl. Menselijk al te menselijk, waarvan in 1878 het eerste deel verschijnt, is daarvan de eerste meesterproef.
Naarmate hij zich als stilist bekwaamt, groeit de afstand tot wat hij eerder als het fenomeen van een nieuwe Duitse cultuur had verwelkomd: Wagner en diens Bayreuth. Terwijl het Duitse element in Wagner zich door zijn installatie in Bayreuth meer en meer manifesteert, wijzen de toenemende hiaten van Nietzsches verlofaanvragen merendeels naar het zuiden. Nietzsche wordt een reiziger, in zijn beeldspraken vaak een zeevaarder: het continent waar hij op afstevent, is een eigen, verlichte, antimythische wetenschappelijkheid, die hij met de troubadours 'gaya scienza' zal noemen.

 

Nagelaten fragmenten deel 4

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1882-1884 (KSA 10) 1980
Vertaling: Michel van Nieuwstadt, 2007
Uitgever: SUN, ISBN: 90-5875-067-1

Flaptekst

Het eerste schrift uit dit deel Nagelaten fragmenten heeft van de tekstbezorgers de titel ‘Tautenburgse aantekeningen voor Lou von Salomé’ meegekregen – voor de ‘jonge Russin’ dus van wie Nietzsche een paar maanden eerder in Rome gecharmeerd is geraakt en die hem in Tautenburg gezelschap hield. Nietzsche bracht er de zomermaanden van 1882 door. Dit schriftje (dat trouwens opent met het woord ‘solitudo’) is echter maar veertig bladzijden groot. Het verzwijgt dat óók Nietzsches zuster Elisabeth in Tautenburg van de partij was. Maar dan als ijverzuchtige chaperonne en zedenmeesteres: een aanwezigheid die pijnlijk preludeert op het dubbele debacle van zowel een onafwendbare breuk met Nietzsches thuisfront (moeder Franziska en zus ‘Lieschen’) als een zich aftekenende onmogelijkheid van een langere verbintenis met Lou.Veel van die ervaringen worden deels onmiddellijk, deels in een zeer geleidelijk en ook zeer afgeleid omsmeltingsproces tot levenswijsheden omgestookt, die uiteindelijk belanden in Zarathoestra. Zo ergens in Nietzsches Nalatenschap springt hier wel in het oog hoezeer hij losse, terugkerende gedachtestenen eindeloos tot aforistische parels bij blijft vijlen en hoe zich via kleinigheden en detaillistische geheimen ontwikkelt wat hij zijn ‘grote stijl’ noemde.

De alchemistische toverij van dit schrijven speelt zich af tegen de achtergrond van een leven waarin Nietzsche feitelijk steeds eenzamer wordt. Hij is voortaan min of meer echt de kluizenaar van Sils-Maria, waarvoor hij tot op heden doorgaat; tegelijk blijft hij van een onbegrijpelijke monterheid. Op 25 januari 1884 schrijft Nietzsche aan Overbeck: ‘De voltooiing van mijn Zarathoestra heeft mijn gezondheid heel veel goed gedaan.’ Maar de lezer zij ook voor dit deel al gewaarschuwd. In een brief van twee weken later aan dezelfde Overbeck noemt Nietzsche de hele Zarathoestra ‘een explosie van krachten, die zich decennialang opgehoopt hebben: bij zulke explosies kan de auctor intellectualis gemakkelijk zelf mee de lucht ingaan.’ De beurt is meer dan ooit aan secure lezers.

 

Nagelaten fragmenten deel 5

 

Oorspronkelijke titel: Nachgelassene Fragmente 1884-1885 (KSA 11) 1980
Vertaling: Michel van Nieuwstadt, 2007
Uitgever: SUN, ISBN: 90-5875-117-1

Flaptekst

Deze Nagelaten fragmenten, voorjaar 1884 – herfst 1885, dateren uit de tijd tussen het ontstaan van het derde en het vierde deel van Zarathoestra. Dit vierde deel werd door Nietzsches uitgever geweigerd, vanwege de slechte verkoop van de voorgaande delen. En dat terwijl dit ‘vijfde Evangelie’, zoals Nietzsche het had genoemd, tijdens de Eerste Wereldoorlog in de bepakking van menige Duitse soldaat zou belanden.

We volgen het ontstaan van Zarathoestra IV en zijn getuige van het niemandsland voorbij de filosofie waarin Nietzsche na voltooiing van dit geschrift lijkt te zijn beland. Herhaaldelijk wordt hier het thema bespeeld van de onvervangbaarheid van het eigen filosoferen en van de eigen taal: ‘Om elkaar te begrijpen volstaat het nog niet dat men zich van dezelfde woorden bedient: je moet dezelfde woorden ook voor hetzelfde soort innerlijke belevenissen gebruiken – en die moet je met elkaar gemeen hebben.’

 

Herwaardering van alle waarden

 

Oorspronkelijke titel: Umwertung aller Werte -Nachgelassene Fragmente red. Friedrich Würzbach 1968
Vertaling: Graftdijk, 1992
Uitgever: Boom, ISBN: 90-6009-964-8

Ook door Boom als ISBN 9053523510 (dec 2000)

Flaptekst

De omvangrijke nalatenschap van Friedrich Nietzsche (1844-1900) werd in de jaren dertig thematisch gerangschikt door Friedrich Würzbach onder de titel Umwertung aller Werte.

Zonder een door Nietzsche beoogde publicatie te willen (re)construeren, ordende hij al het notitiemateriaal uit de jaren 1881-88 dat theoretisch deel uitmaakte van een groot natuurfilosofisch werk. Deze compilatie heeft een fascinerende verzameling teksten opgeleverd waarin Nietzsches diepste en meest radicale inzichten zijn terug te vinden op het gebied van kunst, moraliteit, godsdienst en kennistheorie.

 

De antichrist

 

Oorspronkelijke titel: Der Antichrist. Fluch auf das Christentum 1889
Vertaling: Hawinkels, 1973
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: x90-295-3242-2

Reeks Synopsis. Ook als ISBN 90 295 3665 9 (1997, Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

Voor Nietzsche was het christendom de belangrijkste oorzaak van de ineenstorting van de klassieke beschaving en de voornaamste bevorderaar van geestelijke nivellering, kuddegeest, massificatie en decadentie. 'Deze eeuwige aanklacht tegen het christendom zal ik overal waar muren zijn op de muren schrijven - ik beschik over letters om zelfs blinden ziende te maken.' Tegenover het christelijke godsbegrip en alle ideologieën die daardoor beïnvloed zijn, plaatste Nietzsche zijn 'levensfilosofie'. Zich richtend tegen vrijwel alle slogans, gemeenplaatsen en accenten van zijn tijd - imperialisme, Deutschtum, pangermanisme, antisemitisme, Wagnerdweperij, filisterdom en censuur - proclameerde hij de 'leer' van de eeuwige wederkeer als bevestiging en aanvaarding van ons leven op aarde. Heruitgave van zijn werken in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Amerika en Italië toont aan dat er een groeiende belangstelling bestaat voor deze 'filosoof met de hamer'. Misschien omdat zijn ideeën en theorieën zijn tijd ver vooruit waren en pas nu ingang kunnen vinden bij grotere groepen.

In de vertaling van Pé Hawinkels, waarborg voor kwaliteit, verscheen in de serie Privé-Domein de autobiografie Ecce Homo en in Synopsis De vrolijke wetenschap.

* Dat filosofie geen kille abstractie maar leven, lijden en offer voor de mensheid is, bewijzen leven en werk van Nietzsche. - Thomas Mann

* Zijn kritiek blijft nog steeds de krachtigste uitdaging tot_nadenken over de toekomst van de westerse cultuur. - Times Literary Supplement

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek:
'De antichrist' behoort tot de geschriften die in 1888, in Nietzsches allerlaatste productieve periode, tot stand komen. Vuriger, furieuzer aanklacht tegen zijn tijdgenoten heeft hij niet geschreven. Aan de hand van een koelbloedige ontleding van de fundamenten waarop het christendom en het instituut Kerk berusten, wordt de decadentie van de moderne, Europese cultuur aangetoond. Nietzsche stelt het christelijk geloof aansprakelijk voor de ondergang van de antieke wereld en voor de decadentie in het algemeen, gefundeerd als het is op ressentiment, legenachtigheid, tegennatuurlijkheid en verachting van de seksualiteit. Nietzsche reserveerde zijn vernietigendste banblliksems voor deze 'nog altijd onovertroffen vorm van dodelijke vijandschap tegen de realiteit'.
Met de afronding in september 1888 van 'De antichrist', het eerste (en enige) boek van zijn voorgenomen project 'Herwaardering van alle waarden', brak Nietzsche naar zijn zeggen de geschiedenis in tweeën - voor hem, na hem - en begon een nieuwe tijdrekening, met 1888 als jaar één. Desondanks heeft het boek, onder meer door die paar bijna tedere zinsneden over de oorspronkelijke 'christelijke praktijk', vele lezers juist in hun geloof gesterkt.

 

Nietzsche contra Wagner

 

Oorspronkelijke titel: Nietzsche contra Wagner, Aktenstücke eines Psychologen 1889
Vertaling: Hans Driessen, 1994
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3178-9

Reeks privé-domein nr 194

Flaptekst

'Richard Wagner is het grootste genie en de grootste mens van onze tijd.' Aldus Friedrich Nietzsche in een brief uit het jaar 1869, toen hij nog geheel en al in de ban was van de muzikale maestro: hij was er oprecht van overtuigd dat alleen Wagner het versufte Duitsland nieuw leven in zou kunnen blazen door voor een culturele omwenteling te zorgen. Wagner op zijn beurt koesterde Nietzsche lange tijd, meer uit berekening dan uit genegenheid overigens, als het filosofische en literaire godsgeschenk dat zijn denkbeelden een schijn van wetenschappelijke legitimatie kon verschaffen.

Na de officiële opening van het pompeuze Festspielhaus in Bayreuth raakte Nietzsche diep ontgoocheld door de innerlijke leegte en zelfgenoegzame façades van de wagneriaanse spektakels. Vanaf dat moment begon hij Richard Wagner te vuur en te zwaard te bestrijden. Er is zelfs beweerd dat alles wat hij sindsdien geschreven heeft in feite als één langgerekte polemiek contra Wagner beschouwd zou moeten worden. Wagner heeft Nietzsche dodelijk beledigd en ten diepste teleurgesteld: in plaats van de man van de toekomst werd hij voor Nietzsche het symbool van de meest duistere en reactionaire krachten in de Duitse geest.

Voor deze uitgave koos Hans Driessen alle geschriften van Nietzsche over Wagner, aangevuld met materiaal van wagneriaanse zijde, met name uit de dagboeken van diens vrouw Cosima. Het geheel onthult veel over Wagner, en nog meer over Nietzsche zelf. In zijn uiterst verhelderend nawoord geeft Driessen een scherp portret van de merkwaardige verhouding tussen Nietzsche en Wagner, die voor Nietzsches leven van doorslaggevende betekenis is geweest.

* Is Wagner überhaupt een mens? Is hij niet eerder een ziekte? Hij maakt alles wat hij aanraakt ziek. Wagner heeft het effect van overmatig alcoholgebruik. Hij stompt af, hij ontregelt het maagslijm. - Friedrich Nietzsche

 

Ecce Homo

 

Oorspronkelijke titel: Ecce Homo. Wie man wird, was man ist 1889
Vertaling: Hawinkels, 1969
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3244

Reeks privé-domein nr 13. Ook onder ISBN 90-295-3549-0, 90-295-6290-0 (Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

In een brief aan zijn zuster Elisabeth schrijft Nietzsche eind oktober 1888: 'Ik schrijf in deze gouden herfst, de schoonste, die ik ooit beleefd heb, een terugblik op mijn leven, alléén voor mezelf.'
Deze terugblik is het manuscript Ecce Homo dat hij voltooide kort voor hij, in januari 1889, geestelijk ineenstortte.

In deze autobiografie polemiseert.Nietzsche nog éénmaal met alle felheid tegen het christendom, de westerse moraal, de 'moderne' cultuur, de Duitsers en hun pretenties, het antisemitisme. Ecce Homo is een zo 'onheilig' mogelijk boek, waarin Nietzsche het tegentype van de gekruisigde representeert, als de Dionysos, die een beslissende, antichristelijke wending aan de Europese geschiedenis zal geven. Nietzsche was de eerste filosoof met de hamer, die God dood verklaarde.
Nietzsche voelde zich een noodlot: op zijn leer van de Übermensch zouden zich, voorspelde hij, eens onmensen en immorele decadenten beroepen, een voorspelling die in de gecorrumpeerde, misdadige versie die het nationaal-socialisme van zijn denken vormde, volledig bewaarheid is. Kennismaking met het werk van Nietzscbe, dat stilistisch een onovertroffen hoogtepunt blijft in de Duitse literatuur, betekent voor velen nog steeds een bevrijding van oude taboes en wanen.

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek:
Weergaloos zelfportret van de filosoof die verwachtte pas 'postuum geboren' te worden. Ecce homo, in 1888 vlak voor zijn geestelijke instorting voltooid, werd pas acht jaar na zijn dood (1908) voor het eerst uitgegeven, en ook nog ernstig onttakeld door Nietzsches op eigenroem bedachte zus. Nog steeds brengt de vraag hoe serieus deze met superieure ironie geschreven autobiografie moet worden genomen de grote geesten in beroering. Bijwijlen tot schaterlachen verleidend, bijwijlen tot gniffelen, vaak ook ongebreideld zelfingenomen en ronduit dreigend van toon, sleept Nietzsche de lezer mee door de dalen en pieken van zijn noodlotsgedreven, onvervangbare en schitterende bestaan in Turijn, Bazel, Bayreuth en Rome.
'Waarom ik zulke goede boeken schrijf', 'Waarom ik zo slim ben' en nog veel meer hoofdstukken dagen de lezer uit de vraag te beantwoorden of Nietzsche de hoogste graad van sarcasme had bereikt of op het randje van de waanzin balanceerde toen hij voldaan terugblikkend zijn leven en werk onder de loep nam. Ecce homo is een van de merkwaardigste autobiografieen aller tijden.

Een geschrift waaruit men meer over Nietzsche aan de weet komt dan uit welke publicatie ook. In 'Ecce homo' geeft Nietzsche een definitieve interpretatie van zijn leven en werk, en hij doet dat op een wijze die in de wereldliteratuur wel vaak is nagevolgd, maar nooit is geëvenaard.(uitgave Nietzsche bibliotheek)

 

Afgodenschemering

 

Oorspronkelijke titel: Götzen-Dämmerung oder Wie man mit dem Hammer philosophiert 1889
Vertaling: M. Weyembergh, 1983
Uitgever: Het Wereldvenster, ISBN: 90-293-9691-1

Reeks Dixit. Ook uitgegeven door Arbeiderspers ISBN 90-295-3151-7 (1997, Nietzsche bibliotheek), ISBN 978-90-295-6500-4 uitgave 2007

Flaptekst

F. Nietzsche (1844-1900) is een van de grootste denkers uit de westerse geschiedenis: hij heeft aan het einde van de negentiende eeuw de meeste problemen en kwalen voorzien, waaraan en waaronder de Europese cultuur zou lijden. Als cultuurcriticus, die de verborgen en verzwegen zieke plekken (onder meer het historisme, de dood van God, het nihilisme, de decadentie, het gebrek aan stijl, de strijd om de wereldhegemonie) aantoont, en als meester van de Duitse taal is hij niet te evenaren. Dit verklaart zijn bijzondere plaats in de Europese Geistesgeschichte en zijn grote invloed op de generaties intellectuelen en kunstenaars.

De Götzendämmerung (1889) behoort tot zijn allerlaatste scheppingsfase en is een prachtig voorbeeld van zijn schrijf- en denktrant. In een reeks aforismen, rondom verschillende thema's gehergroepeerd, analyseert hij de algemene Europese cultuurdecadentie. Hij wenst door een filosoferen met de hamer alle afgoden omver te werpen om vanuit een nieuwe basis de grote gezondheid - een van alle vroegere waanconstructies bevrijde cultuur - op te bouwen.

Professor M. Weyembergh, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Université Libre de Bruxelles, auteur van onder meer Le volontarisme rationnel de Max Weber en F. Nietzsche et E. von Hartmann, verzorgde de inleiding en de annotatie.

Flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek
Afgodenschemering (1886 ) is in betrekkelijk korte tijd, twee maanden, geschreven, alsof Nietzsche voorvoelde dat hem nog maar een korte periode van geestelijke helderheid was beschoren. De bekende thema's uit zijn werk komen hier aan de orde en zoals de ondertitel 'Hoe men met de hamer filosofeert' doet vermoeden, gaat hij met ongekende felheid te werk. Het lijkt alsof hij alle vooroordelen en ideologieën uit zijn tijd - de afgoden uit de titel - niet alleen met een hamer wil aanslaan om hun .holheid te laten weerklinken, maar ze ook daadwerkelijk met de mokerslagen van zijn tirades wil verbrijzelen.

Onder de vele afgoden die Nietzsche aan de kaak stelt vinden we onder meer het christendom, het Duits nationalisme, het antisemitisme, het feminisme, de arbeidersbeweging en de Wagner-verering.(Uitgave Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst uitgave 2007
Afgodenschemering (1888) is de definitieve afrekening van de beeldenstormer Nietzsche met de afgoden van zijn tijd. In krachtige sententies hamert hij dubieuze ideologieën (christendom, feminisme, socialisme), kwalijke denkbeelden (nationalisme, antisemitisme) en twijfelachtige reputaties (Wagner, Socrates) af. Nietzsches ambitie 'in een tiental zinnen te zeggen wat ieder ander in een boek zegt - wat ieder ander in een boek NIET zegt...' resulteert in briljante passages als 'Hoe de ware wereld ten slotte tot fabel werd', waarin het bestaan van een ideeënwereld áchter deze werkelijkheid als bedrog wordt ontmaskerd. Overeind blijft slechts een aantal grote geestverwanten: Dostojevski, Stendhal, Ghoethe,Thucydides en Machiavelli, die net als hij de strenge, harde feitelijkheid van het leven recht in het gezicht durven te kijken. Kernachtiger dan in Afgodenschemering heeft hij zijn voor- en afkeuren, zijn dionysische levensfilosofie en zijn missie, de omverwerping van het bestaande decadente wereldbeeld, nergens geformuleerd.

 

Genealogie der moraal

 

Oorspronkelijke titel: Zur Genealogie der Moral. Eine Streitschrift 1887
Vertaling: Graftdijk, 1980
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3242-4

Reeks Synopsis. Ook als ISBN 90-295-3557-1 (2000,uitgave Nietzsche bibliotheek), 90-295-6381-8 (2000)

Flaptekst

Genealogie der moraal verscheen in 1887 en wordt gerekend tot de hoogtepunten in Nietzsches laatste scheppende periode voor zijn definitieve ineenstorting. Wat in Voorbij goed en kwaad al als hoofdthema naar voren kwam, wordt in de Genealogie nog provocerender uitgesproken: een radicale kritiek op de Westerse en christelijke moraal. Het boek is van beslissende betekenis tot begrip van Nietzsches filosofie over cultuur en geschiedenis. Hij lanceert in dit boek een revolutionaire interpretatie van het ressentiment. Dit ressentiment als haat en wrok tegen de cultuur van 'het hogere' ligt ten grondslag aan een vernederende en gelijkmakende moraal, die zich zowel richt tegen de esthetiek van het voorname als tegen de zelfbevestiging van het individuele. In de christelijke agressie tegen het naar onafhankelijkheid strevende vrije individu is het ressentiment tot een tegen het leven zelf gerichte ideologie geworden. Ook in dit boek ontbreekt het niet aan felle, sarcastische tirades tegen de Duitsers, tegen het nationalisme en tegen het anti-semitisme.

- Zijn kritiek blijft nog steeds de krachtigste uitdaging tot nadenken over de toekomst van de Westerse cultuur. - Times Literary Supplement

- In al zijn eenzijdigheid heeft Nietzsche zoveel omgewoeld en laten zien, dat zijn betekenis voor de cultuur van de twintigste eeuw gerust enorm mag worden genoemd.
-Carel Peet-rs in Vrij Nederland

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek:
In De genealogie van de moraal keert Nietzsche terug naar een genre dat hij na De geboorte van de tragedie en Oneigentijdse beschouwingen had afgezworen: het traktaat. In een hecht doortimmerd betoog dat hij tussen 10 en 30 juli 1887 in één adem schreef, trekt Nietzsche de consequenties uit een leven lang denken over de waarde en de functie van de moraal. Het leidt hem tot beargumenteerde maar boude uitspraken over de oorsprong van het (slechte) geweten, de werking van de geschiedenis, en de moraal als uitdrukking van de wil tot macht.

Vooral de beruchte passage over de joden als 'het priesterlijke volk van het ressentiment bij uitstek' zou koren op de molen zijn van antisemieten en rassenideologen. Waar Nietzsche zich op de waarde van de instincten beroept betoont hij zich freudiaanser dan Freud, en waar hij de relatie tussen schuldeiser en schuldenaar aan de basis van de civilisatie stelt marxistischer dan Marx.
De genealogie van de moraal is een onomstotelijk hoogtepunt in het oeuvre van de controversiële denker Nietzsche, een polemisch boek dat de lezer nog steeds irriteert en verontrust.

 

Voorbij goed en kwaad

 

Oorspronkelijke titel: Jenseits von Gut und Böse. Vorspiel einer Philosophie der Zukunft 1886
Vertaling: Graftdijk, 1979
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3247-5

Reeks Synopsis. Ook als ISBN 90-295-3529-6 (1999, Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

Als vrije geest voert Nietzsche in dit boek een spel op rond het begrip 'de wil tot macht', die de positieve uitdrukking is van een ontkenning der moraal. En tegelijk oefent Nietzsche de meest fundamentele kritiek op de negatieve consequenties van een amoreel standpunt, zoals die zich volgens hem begonnen te manifesteren in de moderne cultuur. Door het probleem van de moraal héén stoot Nietzsche door naar het essentiëler probleem van de decadentie. Nietzsche voelde zich zelf een decadent maar als ontwortelaar van de morele vooroordelen is hij tevens de aanzet tot een geheel nieuwe rangorde in de cultuur. Dit probleem van de culturele rang staat in het boek voorop. Met rang hangt alles samen en de voornaamheid van de mens, die Nietzsche aan de orde stelt, heeft niets te maken met de politieke übermensch die later van dubieuze zijde zal worden geproclameerd. De voorname mens is voor Nietzsche de mens met een voornamez.iel die eerbied heeft voor zichzelf. Nietzsche's herhaalde uitvaren in dit boek tegen de nationalismewaan, de politieke ideologieën, de Duitse pretenties, het onzinnige racisme laten er geen twijfel aan dat zijn begrip voornaamheid slechts slaat op de individuele zelfverwerkelijking die de mens van een nieuwe cultuur - na de ondergang van de westers-christelijke - aan zichzelf verplicht is, juist om daardoor die cultuur zelf te maken en te dragen.

- Marx en Freud vormen mogelijk de dageraad van onze cultuur maar Nietzsche, dat is iets geheel anders, dat is de dageraad van de contracultuur. - Gilles Deleuze

- Zijn invloed is onmetelijk geweest; iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jonger of later leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche. Gerrit Komrij

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek
Voorbij goed en kwaad, na Aldus sprak Zarathoestra en Ecce homo wellicht het meest gelezen boek van Nietzsche, is in essentie een radicale kritiek op de moderniteit. Nietzsche trekt met de felheid die hem eigen is, van leer tegen de moderne wetenschappen, de moderne kunsten en de moderne politiek. Alles waarop Nietzsches tijd - en dat is in grote lijnen ook onze 'moderne' tijd - trots was, wordt door deze oneigentijdse filosoof en psycholoog genadeloos geattaqueerd. Begrippen als
'wetenschappelijke objectiviteit', 'sympathie', 'ethische verantwoordelijkheid' worden minutieus ontleed en tot hun werkelijke oorsprong herleid: de wil tot macht.

Voorbijgoed en kwaad kan gelezen worden - en het was Nietzsches intentie dat dit gebeurde - als een programmatische verhandeling waarmee hij zijn geestverwanten probeerde te bereiken, vrije geesten, mensen van de toekomst, die in Nietzsche hun gelijke, of liever nog, hun geestelijk leider wilden zien.

Het boek, dat is opgebouwd uit 296 paragrafen variërend van enkele regels tot een paar bladzijden, kan worden beschouwd als pendant van zijn Aldus sprak Zarathoestra, dat een jaar eerder was voltooid en waarin Nietzsche een eerste poging doet zijn filosofisch denken samen te vatten. Waar Zarathoestra uitblinkt door symboliek en literaire presentatie, is Voorbij goed en kwaad bekend om zijn vele kernachtige - en buitengewoon citeerbare - aforismen.(uitgave Nietzsche bibliotheek)

 

Aldus sprak Zarathoestra

 

Oorspronkelijke titel: Also sprach Zarathustra. Ein Buch für Alle und Keinen 1885
Vertaling: Endt, 1941
Uitgever: Wereldbibliotheek, ISBN: 90-284-1505-x

Oorspr. uitgave 1905. Ook door Boom uitgegeven ISBN 90-535-2283-2 (dec 2000), 90-850-6210-1 (maart 2006)

Flaptekst

De ideeën Van Friedrich Nietzsche oefenen een grote invloed uit op het gedachtenleven van onze tijd, Als klassiek filoloog. dichter, wijsgeer en moralist heeft hij een enorme betekenis voor onze cultuur. Aldus sprak Zarathoestra is zijn belangrijkste werk. Nietzsche vereenzelvigt zich hierin met een heel vroege Perzische wijsgeer, de eerste die een onderscheid maakte tussen licht en donker, tussen goed en kwaad. Het is een verzameling briljante spreuken, zonder intellectuele toespelingenv vol directe levenswijsheid. Wijsheid omtrent het leven zoals hij dat verstaat, leven dat op de spits gedreven wordt en dat tenslotte moet culmineren in zijn ideaal van de 'Uebermensch', De schrijver Hendrik Marsman verzorgde de inleiding en het voorwoord van deze klassieke uitgave.

Flaptekst uitgave Boom
Nietzsche voert in Also sprach Zarathustra (1883-1885) de lezer mee op de stroom van gedachten, aforismen en spreuken van zijn alter ego, de Perzische wijsgeer Zarathoestra.

Deze zou in de zevende eeuw voor Christus hebben geleefd en als eerste de loop der dingen als een strijd tussen goed en kwaad, licht en donker hebben begrepen. Alle belangrijke thema's, waaronder de Bovenmens, de wil tot macht en de gedachte van de eeuwige terugkeer van hetzelfde komen in dit werk samen.

`Een profetisch boek als Aldus sprak Zarathoestra –dat de veelzeggende ondertitel “Een boek voor iedereen en niemand” draagt, beroert existentiële snaren in elke nieuwe generatie lezers.’ - Wilfred Oranje

 

De vrolijke wetenschap

 

Oorspronkelijke titel: Die fröhliche Wissenschaft 1882
Vertaling: Hawinkels, 1976
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3245-9

Synopsis uitgave

Flaptekst

De vrolijke wetenschap is het boek van de Grote Verwachtingen, een intense voortzetting van zijn strijd tegen de vooroordelen in moreel, artistiek en maatschappelijk opzicht. 'De filosoof met de hamer' neemt het woord, terwijl hij bij al de concieze polemieken en kritieken in dit boek óók het bewijs levert een der grote Duitse dichters te zijn, vooral in de Liederen van de prins Vogelvrij.

De vrolijke wetenschap is een hulde aan de traditie van de troubadours uit de Provence, die eerste vrije geesten en dichters pur-sang in de geschiedenis van de Westerse cultuur. Nietzsche polemiseert weer tegen Duitsers en anti-semieten, en hij geeft zich zelf op de meest toegespitste wijze prijs als 'de goede Europeaan', die in de geest van klassiek-dionysisch pessimisme een beslissende, vooral anti-academische en anti-christelijke wending aan de geschiedenis wil geven.

Met deze prachtige vertaling van Pé Hawinkels zetten we onze reeks nieuwe Nietzschevertalingen voort, waarmee we, getuige de snelle herdrukken van Ecce Homo en De Anitchrist een steeds groeiende schare bewonderaars van Nietzsche een plezier doen. (Synopsis uitgave)

 

Morgenrood

 

Oorspronkelijke titel: Morgenröte. Gedanken über die moralischen Vorurtheile 1881
Vertaling: Hawinkels, 1977
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3246-7

Reeks Synopsis. Ook als ISBN 90-295-3505-9 (1998, Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

Het in 1881 verschenen Morgenrood was de vrucht van een van Nietzsche's gelukkigste en meest intense levensperiodes. Waren zijn voorafgaande boeken vooral de uitdrukking van protest, een soms aan overspannenheid grenzende prestatie van wil en intellect, Morgenrood is positief, beheerst, een getuigenis
van de vrijheid die Nietzsche zich heeft verworven. Het boek is doortrokken van de vele bonte en vooral roze kleuren van het morgenrood. Nietzsche behoeft zijn vrijheid niet meer te bewijzen. Hij hoeft niet meer naar alle kanten te vechten, hij heeft de tegenstanders nu ontmaskerd en in het vizier. Het idealisme, de wereld van de metafysica, de kunstenaars, dat zijn niet meer in de eerste plaats zijn vijanden. 'Met dit boek begint mijn veldtocht tegen de moraal.' Nietzsche bedoelt met 'moraal' het beginsel van 'verkleining' van de mens. Onder de heerschappij van de idealistische moraal wordt de natuurlijke gerichtheid van de mens verloochend. De moraal leidt tot 'ont-zelving', wat het leven berooft van alle glans en diepte. De mens moet weer vrij worden wat niet wil zeggen a-sociaal. Elke fascistische conclusie uit Nietzsche's bewering is vals, niemand heeft zozeer tegen de Duitsers, tegen het nationalisme, tegen rassenwaan en antisemitisme gepolemiseerd als Nietzsche. Het gaat hem om een gelukkiger leven en een betere samenleving, vanuit een radicalisering van individuele zelfverwerkelijking. In Morgenrood is zijn proza subtieler en geslepener dan ooit. Het neemt dikwijls de vorm aan van aforismen, paradoxen: vuurwerk.
Nietzsche is, dat staat na de diverse herdrukken die we van andere. Nietzsche-titels moesten maken wel vast, in ons land weer een schrijver die gelezen wordt.

* De toekomst was in werkelijkheid het land van zijn liefde en de na hem komenden, zoals wij, die hem sedert onze jeugd oneindig veel te danken hebben, zal hij voor ogen blijven staan als een figuur van aandoenlijke tragiek. - Thomas Mann

* Zijn invloed is onmetelijk geweest. Iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jongere of latere leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche. - Gerrit Komrij

flaptekst Nietzsche bibliotheek.
Morgenrood verschijnt in 1881. Er hebben zich kort tevoren twee beslissende gebeurtenissen voorgedaan die Nietzsches hele verdere leven bepalen: de breuk met Wagner (eens zijn held en grote voorbeeld) en zijn ontslag - officieel wegens zijn zwakke gezondheid, maar in feite omdat het vak hem steeds meer ging tegenstaan - als hoogleraar klassieke filologie aan de universiteit van Bazel. Er is niets meer wat hem aan een vaste verblijfplaats bindt; voortaan zal hij zijn heil zoeken aan de kusten van Italië en Frankrijk en in het hooggebergte van Zwitserland, en deze dolende levenswijze zal hij, als vrijwillige balling, voortzetten tot het bittere einde, tot 1889 wanneer hij tot waanzin vervalt. Daarna leidt hij tot aan zijn dood in 1900 een sedentair, om niet te zeggen vegetatief leven, onder de hoede van zijn moeder en zuster

In Morgenrood neemt Nietzsche de heersende moraal op de korrel; de moraal die ook in de volgende boeken voorwerp zal blijven van zijn nu eens fijnzinnige, dan weer uiterst agressieve analysen. In Morgenrood stelt hij zich niet zozeer ten doel de moraal te bespotten, of er de rampzalige gevolgen voor de levenswil van aan te geven, nee, het is hem om de herkomst te doen, om de verzwegen belangen die eraan ten grondslag liggen, de diepere fundamenten waarop ze rust. Dat is de donkere kant aan dit boek. Maar er is ook nog een andere kant, en daarnaar verwijst de titel. Morgenrood is ook het euforische verslag van iemand die, na lange tijd als een mol naar die ondergrondse fundamenten te hebben gegraven, nu het morgenrood ziet gloren als symbool van zijn nieuw verworven vrijheid. Het is het boek van iemand die na een lang verblijf onder de grond het zwijgen grondig heeft verleerd en nu op uitbundige wijze verslag uitbrengt van zijn bevindingen. (uitgave Nietzsche bibliotheek)

 

Menselijk, al te menselijk

 

Oorspronkelijke titel: Menschliches Allzumenschliches. Ein Buch für freie Geister 1878
Vertaling: Graftdijk, 1980
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3241-6

Reeks Synopsis. Ook onder ISBN 90-295-3577-6 (2000, Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

In 1876 maakte Nietzsche een kentering in zijn leven door. Hij begint afstand te nemen van de barokke wereld van muziek en theater in het Wagneriaanse Bayreuth die hem in de greep hield, en hij schrijft het omvangrijke Menselijk, al te menselijk, dat in de eerste druk in 1878 een opdracht meekreeg aan Voltaire wiens honderdste sterfdag juist was gevierd. Die opdracht heeft Nietzsche later teruggenomen, onder meer nadat hij kennis had genomen van enige niet geringe vooringenomenheid, onder meer in racistisch opzicht, die Voltaire bleek te hebben gekoesterd. Nietzsche voltrok met dit boek een beslissende breuk die ook tot een hergroepering van zijn vrienden en bewonderaars leidde.

Nieuw is de stijl, die een voor Nietzsche's latere werk zo kenmerkend aforistisch karakter aanneemt. Het boek vormt een poging weer tot zichzelf te komen. Oordelen die hij zich in de jaren daarvoor gevormd had, ondergaat hij als knellende banden. Die te verbreken is zijn grote doel. Het boek maakte een verpletterende indruk en vormde de aanloop tot de grote titels waarmee Nietzsche tot aan zijn ineenstorting het meest oorspronkelijke oeuvre van de negentiende eeuw zal realiseren. De Wagner-gemeente brak met hem.De Duitsers die in het Tweede Rijk de verwerkelijking zagen van de Uebermensch in Europa, wendden zich van Nietzsche af. Hij behoorde toch niet tot hen, zeker niet waar hij een steeds pregnanter polemiek tegen racisme en nationalisme voerde.

- Hij wendde zich af van het Pruisendom, hij waardeerde de door Germanen verachte slavische elite, hij keerde zich tegen het plebejische anti-semitisme, hij bevorderde de ontmythologisering in een dogmatische, christelijke wereld. Dit waren geen geringe verdiensten. - Anton Constandse in' de Gids
- Het werk van Nietzsche is een zo flonkerende kristal dat het vanuit allerlei kanten en met behulp van allerlei brillen kan worden bekeken. De vertaling van Graftdijk is een van die brillen. Ik voel het als een tekort dat ik niet in staat ben aard en kwaliteit van dit instrument minder vaag te omschrijven dan als hedendaags Nederlands. - Cornelis Verhoeven in De Tijd

 

Oneigentijdse beschouwingen

 

Oorspronkelijke titel: Unzeitgemässe Betrachtungen I-IV 1876
Vertaling: Graftdijk, 1983
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3249-1

Reeks Synopsis. Ook als ISBN 9029535016 (1998, Nietzsche bibliotheek)

Flaptekst

Tussen 1873 en 1876 publiceert Friedrich Nietzsche de vier polemische beschouwingen die hem van klassiek filoloog ineens tot de invloedrijkste criticus en cultuurfilosoof van zijn tijd maken. Nietzsche is negenentwintig en een veelbelovende carrière als hoogleraar in Bazel lijkt juist begonnen als hij zich in zijn eerste 'Oneigentijdse beschouwing' met grote heftigheid keert tegen het zelfvoldane vooruitgangsgeloof van zijn tijd, gepersonifieerd in David Strauss. Nietzsches dionysische, anti-moralistische levensfilosofie richt zich tevens tegen een traditie in hel Europese humanisme sedert de Verlichting, die volgens hem op fatale verburgerlijking dreigt uit te lopen. In zijn kritiek speelt ook actueel engagement mee tegen wat hij na de Pruisische overwinning van 1870-7 1 is gaan zien als Duitse politieke zelfvergroting,
Deze ontwikkeling is ook terug te vinden in de Duitse muziekgeschiedenis vanaf Bach tot en met Wagner. Want al zet Nietzsche in een van zijn beschouwingen een zeer positief profiel van Wagner neer als componist van een nieuwe tijd, de eerste klanken van kritiek zijn ook al hoorbaar.
De kracht van deze ‘Oneigentijdse beschouwingen’ ligt niet alleen in het feit dat ze sleutelteksten zijn tot Nietzsches ontwikkeling als filosoof met de hamer. Deze beschouwingen zijn tevens, voor wie Nietzsche tot nu toe voornamelijk leerde kennen uit de korte en aforistische stukken, overtuigende bewijzen van zijn grootheid als kristalhelder essayist.

* Dat filosofie geen koude abstractie, maar leven, lijden, offeren voor de mensheid is, wordt bewezen door het leven en noodlot van Nietzsche.Thomas Mann

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek
In 1873 verschijnt in Duitsland een schotschrift van de jonge, onbekende hoogleraar Friedrich Nietzsche. In deze 'oneigentijdse beschouwing' wordt de vloer aangeveegd met David Friedrich Strauss, de in die tijd beroemde theoloog die na zijn breuk met het christendom een soort verlichte godsdienst wil stichten. De vehemente tirade van Nietzsche trekt onmiddellijk de aandacht van de pers en maakt de schrijver op slag beroemd. In de jaren erna verschijnen er nog drie van deze oneigentijdse beschouwingen. In de tweede, 'Over nut en nadeel van de geschiedenis', stelt hij de historische ziekte van zijn tijd aan de kaak. In 'Schopenhauer als opvoeder' zingt Nietzsche de lof van zijn grote leermeester en presenteert hij zich als grote filosoof die zijn illustere voorganger naar de kroon steekt. In 'Wagner in Bayreuth' ten slotte schildert hij een sterk geïdealiseerd portret van deze totaalkunstenaar aan de vooravond van de eerste Bayreuther Festspiele.

Het centrale thema van deze vier beschouwingen is de culturele verslapping en zelfvoldaanheid waarmee het Duitse volk na de glorieuze overwinning in de oorlog van 1870-1871 met Frankrijk is weggedommeld. Oneigentijds zijn ze in die zin dat ze zich kanten tegen de tijdgeest. Nietzsche houdt de burgerlijke samenleving een spiegel voor waarin de illusies van vooruitgang en verlichting scherp staan afgetekend. (uitgave Nietzsche bibliotheek)

 

Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven

 

Oorspronkelijke titel: Unzeitgemässe Betrachtungen I-IV 1876
Vertaling: onbekend, 1983
Uitgever: Historische Uitgeverij Groningen, ISBN: 90-6554-011-3

Flaptekst

Met een nawoord van dr. F.R. Ankersmit.
Vertaling van de tweede Unzeitgemässe Betrachtungen: vom nutzen und nachteil der historie für das leben.

 

Waarheid en cultuur

 

Oorspronkelijke titel: Über Wahrheit und Lüge im aussermoralischen Sinne 1873
Vertaling: Tine Ausma, 1983
Uitgever: Boom, ISBN: 90-6009-478-6

Boom Klassiek. Ook als ISBN 90-535-2799-0 (herziene geactualiseerde druk, april 2003)

Flaptekst

De teksten die in dit boek zijn bijeengebracht stammen uit Friedricht Nietzsches nagelaten geschriften tot 1874 en preluderen op thema's uit zijn latere oeuvre. Nietzsche (1844-1900) analyseert scherp en filosofisch, in helder en mooi proza, dat vrij is van gekunsteld jargon. Hij behandelt belangrijke kwesties als de rol van het onderwijs in de cultuur van morgen, en de herkomst van het verlangen naar waarheid. Nietzsche beschouwt zichzelf in deze periode als een 'arts van de cultuur', een medicus die de diagnose van zijn tijd stelt. Zijn beschouwingen over de wezenlijke trekken van de negentiende-eeuwse cultuur zijn ook voor ons nog ontnuchterend (Boom Klassiek).

Nietzsche behandelt in deze bundeling van zijn vroege werk belangrijke kwesties als de rol van het onderwijs in de cultuur van morgen en de herkomst van het verlangen naar waarheid. Zijn beschouwingen over de wezenlijke trekken van de negentiende-eeuwse cultuur zijn ontnuchterend (herziene druk).

De teksten komen uit de nagelaten geschriften tot 1874.

Inhoud

- Inleiding, door Pieter Mostert 7
- Bibliografie 36
- Fatum en geschiedenis (1862) 43
- Vrije wil en fatum (1862) 49
- De teleologie sinds Kant (1868) 53
- Vijf voorwoorden voor vijf ongeschreven boeken 75
- Over het pathos der waarheid (1872) 77
- De Griekse staat (1872) 83
- Over de verhouding van Schopenhauers filosofie tot een Duitse cultuur (1872) 96
- Homerus' strijd (1872) 100
- Over waarheid en leugen in buiten-morele zin (1873) 109
- Over de toekomst van onze onderwijsinstellingen (1872) 125
- De filosofie in het tragische tijdperk der Grieken (1873-1876) 153
- Aantekeningen 179

 

De geboorte van de tragedie

 

Oorspronkelijke titel: Die Geburt der Tragödie auf dem Geiste der Musik 1872
Vertaling: Kees Vuyk, 1987
Uitgever: International Theatre & Film Books, ISBN: 90-6403-169-x

Ook als ISBN 9029535652 (2000, Nietzsche bibliotheek), 9029564318 (2000, midprice)

Flaptekst

'De wetenschap vanuit het perspectief van de kunstenaar bezien, de kunst echter vanuit dat van het leven', zo formuleert Nietzsche zelf de taak waaraan hij zich met dit boek - zijn eersteling - waagde. Zijn verhaal over de opkomst en ondergang van de Griekse tragedie is meer dan alleen een poging door te dringen tot achter de coulissen van een nog altijd raadselachtige en fascinerende kunstvorm. Met behulp van de twee kunstdriften die hij in de tragedie werkzaam ziet: het Apollinische en het Dionysische - die staan voor de orde en de chaos, de droom en de roes - geeft Nietzsche ook een beschrijving van de dynamiek van de beschaving in het algemeen. Hij legt de interne spanningen bloot die elke cultuur, ook de onze, bepalen.
Ruim honderd jaar geleden geschreven, heeft dit boek nog niets aan actualiteit ingeboet.

flaptekst uitgave Nietzsche bibliotheek
De geboorte van de tragedie' is het eerste boek dat Nietzsche publiceerde. Het verscheen in 1872. Nietzsche was in die tijd hoogleraar klassieke talen te Bazel, maar hij schreef dit boek niet als classicus: hij manifesteert zich meteen als de grote filosoof die zich niet beperkt tot specialistische beschouwingen, maar op zoek gaat naar de grote verbanden. Dat is ook de reden dat het boek bij verschijnen op hevige kritiek stuitte. Men vond het te speculatief.

'De geboorte van de tragedie' mag dan een jeugdwerk zijn, alle thema's die Nietzsche later zou uitwerken, kondigen zich hier al aan: de wil tot macht, de moraalkritiek, het 'amor fati' en de eeuwige terugkeer. Eén thema staat in 'De geboorte van de tragedie' echter centraal: de Griekse cultuur. Nietzsche laat zien hoe deze zich heeft ontwikkeld vanuit de dynamiek van twee principes: het apollinische en het dyonisische. Het apollinische vertegenwoordigt de wereld van de droom en de harmonie, het dyonisische de roes en de chaos. Hij toont aan hoe deze driften niet alleen hun stempel hebben gedrukt op de Griekse cultuur, maar doorwerken in de gehele ontwikkeling van de Europese cultuur. Daarmee krijgen zijn cultuurfilosofische inzichten een universele geldigheid en hebben ze nog niets aan actualiteit ingeboet.

De Nietzsche-bibliotheek omvat de heruitgave van de bekende vertalingen van Pé Hawinkels en Thomas Graftdijk, herzien, aangepast aan de nieuwste Nietzsche-edities en aangevuld met een verhelderend notenapparaat en nawoord. De heruitgave wordt verzorgd door een deskundige redactie bestaande uit de vertalers Paul Beers, Michel van Nieuwstadt en Hans Driessen. Naast deze acht bestaande vertalingen verschijnen er twee nieuwe van de hand van Hans Driessen: 'De geboorte van de tragedie' en 'Afgodenschemering'. (Uitgave Nietzsche bibliotheek)

'Dat filosofie geen koude abstractie, maar leven, lijden, offeren voor de mensheid is, wordt bewezen door het leven en noodlot van Nietzsche.' - Thomas Mann

 

God is Dood

 

Oorspronkelijke titel: bloemlezingen Nietzsche 0
Vertaling: Hans Driessen, 1997
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3147-9

Flaptekst

God is dood is een bloemlezing uit het werk van Nietzsche met als thema 'God en het Christendom'. Ze bestrijkt zowel het door hemzelf gepubliceerd werk als zijn schriftelijke nalatenschap.

Er is naar gestreefd aan Nietzsches kritiek op het godsbegrip en het christendom, die als een rode draad door heel zijn werk loopt, recht te doen en haar in al haar facetten aan de orde te laten komen.

Voorzien van een nawoord door de vertaler en samensteller Hans Driessen.

 

Uit mijn leven

 

Oorspronkelijke titel: bloemlezingen Nietzsche 0
Vertaling: Charles Vergeer, 1982
Uitgever: De Arbeiderspers, ISBN: 90-295-3248-3

Reeks Privé-domein.

Flaptekst

Friedrich Nietzsche is de zowel naar zijn leven als naar zijn werk lange tijd meest vervalste verschijning geweest in de moderne filosofische literatuur. Vanaf zijn dood in 1900 woedt er een exegese-oorlog die tot de meest potsierlijke bezweringen voor en tegen is uitgegroeid.
De autobiografische inventarisatie Uit mijn leven kon niet in betere handen zijn dan in die van Charles Vergeer die als Nietzschespecialist nauwkeurig op de hoogte is van de lopende discussie. In dit boek wordt gebruik gemaakt van doorgaans zeer onbekend gebleven materiaal. Wat hier gedrukt wordt, is betrouwbaar en geeft op belangrijke punten aanzienlijke correcties op het door o.a. Nietzsches zuster vervalste beeld, zowel van zijn leven als van zijn filosofie. Behalve de onbekendheid van de in dit boek geboden teksten zal het beeld dat daaruit oprijst een heel andere Nietzsche laten zien dan men gewend is.

* Hij waardeerde de door Germanen verachte Slavische elite. Hij keerde zich tegen het plebeische anti-semitisme. Hij bevorderde de ontmythologisering in een dogmatische christelijke wereld. Dit waren geen geringe verdiensten. - Anton Constandse in De Gids

 

De draagbare Nietzsche

 

Oorspronkelijke titel: bloemlezingen Nietzsche 0
Vertaling: Elza van Nierop, 1991
Uitgever: Prometheus, ISBN: 90-5333-034-8

Samenstelling R.J. Hollingdale

Flaptekst

GEEN NEGENTIENDE-EEUWSE FILOSOOF WAS EN IS ZO controversieel als Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor de één is hij een geperverteerde en immorele nihilist, de Anti-Christ in eigen persoon, anderen beschouwen hem als schepper van een nieuwe cultuur, als ethicus die de mens nieuwe idealen heeft verschaft.

Het apodictische karakter van zijn uitspraken, de overdaad aan ongerijmdheden in zijn werk, dat alles maakt begrijpelijk waarom men bij Nietzsche alleen in tegenstellingen kan denken. Vaststaat dat hij een stilist was die zijn weerga niet kende. Zijn haarscherpe aforismen getuigen daarvan. Deze selectie van R.J. Hollingdale maakt vooral duidelijk waarom Nietzsche zo'n enorme invloed had en heeft op ons denken. Ze geeft ook de niet Nietzsche kenner een helder inzicht in het werk van een man, waaraan vele grote filosofen hun inspiratie ontleend hebben.

 

 

email

contact

wie ben ik