Lars Gustafsson

Lars Gustafsson (Västeras, Zweden, 1936) studeerde wijsbegeerte in Uppsala en Oxford. Hij debuteerde op achttienjarige leeftijd met de roman De laatste dagen en de dood van de dichter Bromberg. Hierna volgde een reeks romans, verhalen, gedichten, essays, reisbeschrijvingen en filosofische en politieke beschouwingen die Gustafsson in korte tijd tot een van de meest spraakmakende auteurs van Zweden maakten. Zijn romans en gedichten zijn in verscheidene talen vertaald. In 1962 verscheen zijn eerste dichtbundel, De ballonvaarders. Van 1962 tot 1972 was Gustafsson verbonden aan het belangrijkste literaire tijdschrift in Zweden, Bonniers Literara Magasin. Nu schrijft hij nog steeds in Svenska Dagbladet en publiceert hij regelmatig poëzie in The New Yorker.
Een hoogtepunt in zijn verhalend proza is de vierdelige romancyclus De barsten in de muur, een relaas van de verstikkende werking van een overgeorganiseerde maatschappij op het individu.
Karakteristiek voor Gustafsson als schrijver is zijn belangstelling voor wetenschappelijke onderwerpen. In zijn gedichten heeft hij van meet af aan onderzocht in hoeverre hun wetenschappelijke wereldbeeld een nieuwe poëtica zou kunnen creëren. J. Bernlef noemt hem op grond hiervan 'een mathematisch lyricus'.
In 1978 promoveerde Gustafsson op een studie over de taalfilosofie van Friedrich Nietzsche, Alexander Bryan Johnson en Fritz Mauthner, hij was gasthoogleraar in Houston, Texas. In zijn essays heeft hij zich geïnteresseerd voor utopisch onderzoek, literatuur, schilderkunst en politieke vraagstukken, in het bijzonder de macht over de politieke taal. (Bron: programma Poetry International)
In 1988 publiceerde De Bezige Bij De stilte van de wereld voor Bach, een royale selectie (uit negen bundels) uit de poëzie van Lars Gustafsson, in de vertaling van J. Bernlef en gevolgd door een informatief nawoord van zijn hand.
In 1992 volgde de introductie van zijn proza met de vertaling van de novelle De tennisspelers. In deze briljante, lichtvoetige novelle die in Austin, Texas, speelt aan het begin van de jaren zeventig, geeft Gustafsson een mild spottend beeld van Amerika, de wetenschap en de sport.
In 1994 publiceerde De Bezige Bij De namiddag van een tegelzetter: de vermakelijke en diepzinnige geschiedenis van een oude, drankzuchtige tegelzetter die een zwarte klus aanneemt in een raadselachtige villa. In deze compacte, superieur vertelde ideeënroman vol suspense en bizarre voorvallen, krijgen de stuntelige lotgevallen van de tegelzetter gaandeweg een algemeen geldende betekenis. Tom van Deel roemde in Trouw de lichtvoetigheid waarmee Gustaffson het tragische verhaal vertelt: 'Hij kan de meest verstrekkende dingen kalm en nuchter meedelen, lucide en beeldend. De stijl van vertellen is ongeëvenaard'.
In 1996 verscheen Een raadselachtige verdwijning, de nog uitgebreider selectie van zijn dichtbundels waarin De stilte van de wereld voor Bach integraal is opgenomen.
De Winklerprins schrijft het volgende over Gustafsson: Zweeds schrijver en filosoof, een bijzonder actieve figuur in het culturele leven van Zweden, daarbij zeer internationaal georiënteerd. Zijn romans en gedichten hadden aanvankelijk een sterk intellectualistisch en experimenteel karakter, maar werden in de jaren zeventig voor een breder publiek toegankelijk zonder aan kwaliteit in te boeten. Het identiteitsprobleem heeft hem sterk beziggehouden. Zijn werk heeft een grote allure en is in vele talen vertaald. Ten aanzien van zijn filosofische opvattingen heeft hij de invloed van Wittgenstein ondergaan. Hij behoort tot de onvermoeibare polemici van Zweden.
Ga verder naar:
- Primaire werken (Boeken van Lars Gustafsson)
- Secundaire werken (Boeken over Lars Gustafsson)

